Door verder te klikken op onze website, accepteert u cookies en vergelijkbare technieken. Hiermee verzamelen we persoonsgegevens en volgen wij uw internetgedrag. Klik op de knop meer informatie voor onze privacy statement.

 
 
 
 

De hoeveelste ben jij thuis? kruis aan!

Als je de jongste bent, blijf je altijd het kleine broertje of zusje. Je oudere broers of zussen denken dat ze veel meer weten en veel slimmer zijn dan jij. Zelfs als je twintig bent. Of zestig. Het is niet altijd leuk om de jongste te zijn. Maar aan de andere kant, als die oudere broers en zussen later met een rollator lopen, ren jij nog lekker rond natuurlijk. Wie het laatst lacht, lacht het best!:)

Samuel mag aanwijzen wie de nieuwe koning van Israël gaat worden. Hij weet maar één ding: het is een zoon van Isaï. Ah, hij ziet het al! Het is natuurlijk Eliab, de oudste van de zeven jongens. Die is groot en ziet er sterk en goed uit.

Maar nee. ‘Die heb ik niet uitgekozen’, zegt God tegen Samuel.

Zoon nummer twee dan? Of nummer drie?

Ook niet. ‘Hebt u niet nóg een zoon?’ vraagt Samuel, als hij er zeven gezien heeft.

‘Ja, de jongste’, zegt Isaï. ‘Maar die is er niet. Die zorgt voor de schapen’.

‘Ga hem halen’, zegt Samuel. David, de jongste zoon, die helemaal niet meetelt, is de jongen die door God is uitgekozen. Hij wordt de koning van Israël.

Voor God maakt het niet uit hoe oud je bent. Hoe belangrijk je bent. Of je de jongste of de oudste bent, de snelste of de langzaamste van de klas. God kijkt naar je hart. En als hij je een taak geeft, maakt hij je daar zelf geschikt voor.