Door verder te klikken op onze website, accepteert u cookies en vergelijkbare technieken. Hiermee verzamelen we persoonsgegevens en volgen wij uw internetgedrag. Klik op de knop meer informatie voor onze privacy statement.

 
 
 
 

Het College van Kerkrentmeester heeft, in de hoop het nooit nodig te hebben, een volautomatische AED aangeschaft.
Naast aanschaf van het apparaat is er een groep gemeenteleden gevormd, met wie onder deskundige leiding is geoefend in het bedienen van het de AED en het reanimeren. Op de foto krijgt u een indruk van deze training.

Voor de hand liggend zou zijn, dat de toga het symbool is van een geleerd iemand; predikanten vallen van oudsher immers in het rijtje waar ook rechters en hoogleraren in thuishoren. In het oude Rome droegen hoogwaardigheidsbekleders al een toga, waarmee zij autoriteit en waardigheid uitstraalden. 

Toch is het ambtsgewaad van de predikant door de eeuwen heen onderhevig geweest aan mode en tijdsgeest: Calvijn vond bijvoorbeeld dat een toga de predikant te veel boven de medegelovigen plaatste, en gaf de voorkeur aan een net pak. Luther was wel voorstander van oude (en zelfs ronduit ouderwetse) ambtsgewaden. Maar toen de overheid medio 19e eeuw bepaalde, dat die niet meer buiten de kerkdeuren mochten worden gedragen (???), vreesde de hervormde synode dat predikanten in hun alledaagse (moderne ?) kloffie op huisbezoek zouden gaan. Daarom werd de toga geïntroduceerd als „keurig kleed‟, maar niet als verplicht ambtsgewaad. 

Er zijn kerkscheuringen geweest vanwege de discussie of een predikant nu wel of niet in toga moet voorgaan: is het verheven en oubollig, of staat het juist statig en geleerd? Moet de scheiding tussen voorganger en gemeente worden uitvergroot of juist zo klein mogelijk zijn? Binnen onze gemeente verschillen de meningen, en ook onder onze (gast-) voorgangers is dat het geval. Een interessante discussie – of een afleiding van wat werkelijk telt?

Mieke Bleys