Door verder te klikken op onze website, accepteert u cookies en vergelijkbare technieken. Hiermee verzamelen we persoonsgegevens en volgen wij uw internetgedrag. Klik op de knop meer informatie voor onze privacy statement.

 
 
 
 

Vraag & Antwoord (september 2018)

 

Waarom wordt de Dorpskerk in de lokale geschiedenis ook wel ‘de gestolen kerk’ genoemd? 

De Dorpskerk was oorspronkelijk, vanaf ongeveer 1400, een (katholieke) parochie. Tegen de tijd dat bijna twee eeuwen later ‘de nieuwe leer’ van de Reformatie in het Gooi werd aanvaard, was de parochie zelfs groter dan de regionale kerken van Huizen en Bussum. Toch zorgde Baljuw Jonkheer Willem van Zuylen van Nijenveld ervoor, dat het kerkgebouw werd onttrokken aan de Rooms Katholieke geloofsgemeenschap. Voor de parochianen was dat regelrechte diefstal. Zoals echte erfgooiers en dwarse boeren betaamt, piekerden zij er niet over om hun katholieke geloof te verloochenen.

Bij gebrek aan een officieel kerkgebouw hielden zij daarom hun missen in het geheim in zogenaamde ‘schuurkerken’. De ‘gestolen kerk’ aan de Torenlaan stond in die tijd nagenoeg leeg. 

We hoeven ons inmiddels niet meer te schamen omdat we kerken in gestolen goed: na de Franse Revolutie (eind 18e eeuw) werden de katholieken in hun geloofseer hersteld en mochten ze uit hun ‘schuurkerken’ tevoorschijn komen. De (burgerlijke!) gemeente van Blaricum onderhandelde tussen partijen over de eigendomsrechten van de kerk, waarbij de protestanten het zeer slecht onderhouden gebouw tegen een redelijke vergoeding van de katholieken hebben afgekocht.