Door verder te klikken op onze website, accepteert u cookies en vergelijkbare technieken. Hiermee verzamelen we persoonsgegevens en volgen wij uw internetgedrag. Klik op de knop meer informatie voor onze privacy statement.

 
 
 
 

Vraag en antwoord- juli 2018

Waar komt het woord ‘koster’ vandaan?

Koster komt van het Latijnse woord custos, wat ‘bewaker’ betekent. Al vanaf de eerste eeuwen van het Christendom was er een zgn. sleuteldrager, die het kerkgebouw en de inventaris bewaakte. Die taak is in de loop van de tijd uitgebreid, was lange tijd zelfs meer dan een fulltime baan. Tegenwoordig is het vaker een bijbaan of wordt het volledig door vrijwilligers gedaan.

In een oude tekst wordt de taak van de koster als volgt samengevat:

“De Koster een groot man, ten eerste sal hij luien, de kerck sluiten en ontsluiten, Kerckhof en kerck houen van binnen en van buyten, De Psalmen sal hij voor en na de predicatie singen, 't Water tot den Doop sal hij aanbringen, Die prophecyen sal hij stichtelyken lesen, De predikanten en de kerckeraedt ghehoorsaam wesen. Hij sal tot den nachtmael aanschaffen brood ende wijn, Mits tafelen, bancken, croesen, 't geen dat nodig mag sijn. En wanneer de predicanten ter kercke falen, Soo sal hij uytgaan om die op te halen”.