Ons Kerkgebouw en orgel

  De Dorpskerk huist in een prachtig vroeg gotisch 15e eeuws kerkgebouw, gelegen midden in het fraaie dorp Blaricum, aan de doorgaande weg, naast het oranjeweitje. Hoe oud is de kerk? Waarschijnlijk was Blaricum rond 1400 al een zelfstandige kerkelijke parochie. Verschillende bronnen noemen het jaar 1382 als begin. Begin 1400 zal er op de plaats van de huidige kerk een houten kapelletje verrezen zijn. Op een kaart van 1431 staat de kapel nog niet. Maar op de beroemde ‘Ronde Kaart’ van 1520 staat de Blaricumse kerk, een kerk die groter is dan die van de buurgemeenten Huizen en Bussum. In de oudste klok van de Dorpskerk staat het jaartal 1512. Oudere gedeelten van de kerk zijn nu nog te zien.


Bij de grote Blaricumse brand van 26 maart 1696, waarbij 34 huizen in de as werden gelegd, werd de kerk zwaar beschadigd. De kerk werd na de brand met grote voortvarendheid gerestaureerd.

In het begin van de Franse Tijd hebben waren er, onder leiding van het gemeentebestuur, onderhandelingen met de Rooms – Katholieken over de overname van de kerk. Deze willen de Dorpskerk eigenlijk niet hebben, waarschijnlijk vanwege het vele achterstallige onderhoud. Begin negentiende eeuw komt de Gereformeerde kerk het gebouw wettelijk toe. De toren blijft tot op de huidige dag eigendom van de burgerlijke overheid.

In 1869 volgt een restauratie, mogelijk gemaakt door een door koning Willem III beschikbaar gesteld bedrag. In 1934 vindt de tot nu toe laatste restauratie plaats. Hierbij wordt de toren weer open gemaakt naar de kerkruimte. Ook de consistoriekamer wordt in 1934 aangebouwd. Architect is de beroemde Theo Rueter.

 



De kerk heeft een prachtig pneumatisch Flentrop orgel (foto 2, zie hierboven), gebouwd in het jaar 1934. Het is een concertorgel met een stevige romantische klank en een goede klankopbouw.  

(foto 3) Het orgel bestaat uit drie gedeelten: het werk voor het eerste klavier met drie soorten stemmen: een Prestantenkoor, een Fluitenkoor en de Trompet, het werk voor het tweede kalvier met de Hobo, de Gamba en een vijftal fluitregisters, en het werk voor het pedaal met twee basstemmen, de Cello en een zachtere hoge fluit. In totaal zijn er 22 stemmen. Het orgel leent zich niet alleen voor de eredienst, maar ook zeer goed voor concerten.

Nadat in 1870 het eerste orgel (een kabinet orgel met een bescheiden klank) in de Dorpskerk te Blaricum was geplaatst, wilde men met de restauratie van de kerk te Blaricum in 1934 bovendien een nieuw orgel aanschaffen. Orgel adviseurs werden de Hilversumse organist Groothengel en de uit Laren afkomstige organist van Wilgenburg. Zij kwamen uiteindelijk met de firma Flentrop overeen het orgel te bouwen.

Het huidige Blaricumse kerkorgel is ontstaan in een tijd van veranderende opvattingen over de orgelbouw. De beide orgeladviseurs stonden echter nog wel met beide benen in de romantische orgel bouwtraditie. Zo werd hier voor een concertorgel gekozen, waarop vele klankmogelijkheden waren en waarbij men vasthield aan een romantische stevige klank. Toch moest het orgel ook voldoen aan de eisen van die tijd, vandaar enkele stemmen die meer overeenkwamen met de klanktraditie uit de Barok. Hierbij heeft men echter naar een goede klankopbouw gestreefd en niet naar een aantal afzonderlijk fraaie geluiden. Dus een palet met goed mengbare klankkleuren.

Het front van het orgel is gemaakt n.a.v. een ontwerp van architect Theo Reuter, die ook de ingrijpende kerkrestauratie voor zijn rekening heeft genomen.